Het volgende artikel komt uit dagblad Trouw (20 januari 2026) en is geschreven door Lodewijk Dros (https://www.trouw.nl/religie-filosofie/filosoof-anco-peeters-trapt-op-de-rem-kijk-uit-met-ai-in-het-onderwijs~b28bc736/).
Hij houdt zich er al jaren mee bezig, de Nijmeegse filosoof en cognitiewetenschapper Anco Peeters (39): kunstmatige intelligentie (AI). Toch was 2025 bijzonder. “Het is het jaar waarin AI het publieke bewustzijn heeft bereikt. In 2022 kwam ChatGPT op de markt, het duurde drie jaar eer het maatschappelijk debat over deze technologie echt loskwam.”
Voor Peeters was AI tot 2025 ‘gewoon het vakgebied waarin ik werk’, een wetenschappelijke discipline en een speelveld waar ook bedrijven mee aan de gang waren. “In 2025 heeft ‘AI’ een nieuwe betekenis gekregen: het is alles van ChatGPT, de populaire website, tot aan verwante technologieën, en niet te vergeten het debat erover, waarin de grote bedrijven erachter een rol spelen, de tech bro’s als Musk die rond Trump cirkelen. AI heeft een heel negatieve klank gekregen.”
Peeters is een speler in het AI-debat. Als wetenschapper, verbonden aan het Donders Instituut voor Hersenen, Cognitie en Gedrag, en als vader – daarover later meer.
In 2025 publiceerde hij een kritisch hoofdstuk in het boek Ik AI, over ‘AI in de klas’ en binnenkort verschijnt een langer academisch essay, Disembodied Learning: A Critical Perspective on Flourishing with AI in Education.
In beide grijpt hij terug op Aristoteles. De Griekse filosoof was ervan overtuigd dat je door het ontwikkelen van deugden eudaimonia (een ‘gezonde geest’) kon bereiken. Daarbij hoorde je gezond verstand (phronesis) te gebruiken. “Deze deugdethiek geeft me houvast nu deze nieuwe technologie aan de deur klopt.”
Die is toch al zonder kloppen binnengestormd?
“Die indruk herken ik, AI heeft iets overweldigends. Maar de techniek staat aan de deur en je hoeft niet meteen open te doen uit angst dat je achter de feiten aanloopt.
“In het Nationaal Onderwijslab AI kijken we naar de manier waarop het werkt in het leerproces van kinderen. Voor mij is de vraag: wat is voor ons nou echt van belang? Wat voor soort mensen willen we zijn, en wat willen we dat onze kinderen voor personen worden?”
Die vragen staan centraal in zijn essay. Dat heeft hij geschreven voor een internationaal handboek, over de inzet van AI in het primair en voortgezet onderwijs. “Het was bedoeld als een inleidend overzichtsartikel, over de stand van het onderzoek.”
Typisch een vraag voor ChatGPT: zet het onderzoek hierover op een rijtje. Klaar is Kees.
“Haha, dat heb ik dus niet gedaan. Bij het schrijven merkte ik dat ik al kritischer werd, het stuk ging een andere kant op dan bedoeld. Minder neutraal. Dat ging vanzelf. Als ik een prompt (opdracht voor AI, red.) had gemaakt voor het schrijven van een overzichtsartikel, had ik er nooit dit essay uit gekregen met een kritische focus.”
Het wordingsproces illustreert een van de inzichten die Peeters in het artikel formuleert: schrijven is denken. Je schrijft je al bestaande gedachten niet op, ze vormen zich juist door het schrijven. Want kennis is, zoals Peeters het noemt, ‘belichaamd’. “Het is niet louter gegevensuitwisseling, maar heeft te maken met wie ik ben, hoe ik in elkaar steek, hoe ik beweeg, welke geschiedenis ik meeneem. Dat speelt allemaal mee. Daardoor merkte ik: dit artikel gaat ergens naartoe.”
AI is in zijn nog maar korte publieke bestaan een even bekende als beruchte feitenleverancier geworden. Peeters vertelt over een hoogleraar aan de Universiteit van Stanford – pikant detail: met een leeropdracht over misinformatie – die een jaar geleden AI een conceptartikel liet schrijven en verzuimde de feiten te checken. Hij ging hard onderuit. Als zó iemand er al intuint…
Een blunderende professor vertegenwoordigt een relatief onschuldig gevaar van het gebruik van de automatische taalmodellen. Peeters ziet daarnaast diepgaandere bezwaren: het helpt kinderen in hun ontwikkeling niet per se vooruit.
Wat zijn de risico’s?
“Om kennis te verwerven helpt het een kind enorm om de fysieke ervaring van schrijven – dus met de hand – op te doen. Het terugbladeren in een boek om iets op te zoeken. Dat mag allemaal best wat traag gaan, en stroef. Ik wil het lijden niet verheerlijken, maar een beetje worstelen is goed als je iets wilt leren. Dat moet je niet gladstrijken onder het mom van efficiëntie.”
Het samen optrekken met een AI-kompaan die immer meegaand en begripvol is, draagt ook het risico in zich dat leerlingen en studenten weinig ervaring opdoen met elkaar aanspreken op fouten, geduld opbrengen met anderen of ontdekken hoe je je met elkaar verzoent als je te bot kritiek hebt geleverd.
Verder kunnen leerlingen onthand raken, alsof ze nog nooit een landkaart hebben vastgehouden en de gps is uitgevallen. Peeters noemt dat verdwalen in de kennisjungle: dat je geen idee hebt hoe of waar je nieuwe informatie kunt vinden, filteren en ordenen.
Het laatste gevaar is van morele aard: studenten krijgen zoveel digitale ondersteuning in het plannen en uitvoeren van hun taken, dat ze geen verantwoordelijkheid meer nemen voor hun eigen leerproces. “Dat hebben ze dan uitbesteed.”
“Maar het probleem is nog groter: ze leren niet kritisch reflecteren op waar ze eigenlijk écht staan. AI kan je met alles op weg helpen en geeft je veel zelfvertrouwen, ook als je weinig tot niks hebt geleerd en gepresteerd. Dat werkt morele erosie in de hand. Dan word je niet de persoon die je had kunnen zijn.”
Maakt u zich zorgen over de inzet van AI op school en universiteit?
“Ik ben geen zorgelijk type, maar ja, dit baart me zorgen. Het is tijd om aan de rem te trekken.”
Volgens Ionica Smeets, hoogleraar wetenschapscommunicatie, is AI het zoveelste technische nieuwtje, schreef ze in 2023. En als het stof is neergedaald, zullen we zeggen: het was veel gedoe om niet meer dan een rekenmachine.
De vergelijking tussen rekenmachine en AI gaat mank, zegt Peeters. “Rekenmachines voeren voorspelbare berekeningen uit, van AI wéten we niet precies hoe ze redeneren. Bovendien zijn rekenmachines heel toegespitst, we gebruiken ze voor beperkte functies. AI wordt bijna overal ingezet, zonder dat we instructies krijgen over verantwoord gebruik.”
En ik ben nog nooit boos geweest op een rekenmachine, maar heb me wel eens belazerd gevoeld door AI – alsof het een persoon was. In AI zit mensigheid.
“Ja. Er zijn menselijke trekjes en trucjes in verwerkt, ‘goede vraag stel je, bedankt Anco!’. Zo binden de makers – daar zitten knappe psychologen tussen – zoveel mogelijk mensen zolang mogelijk aan hun product. Daar hopen ze geld aan te verdienen.
“Ik bedoel niet dat deze bedrijven troep verkopen, maar ze zijn niet opgericht om het beste voor te hebben met onze mentale gezondheid, of om bezig te zijn met de vraag of Nederlandse kinderen wel een goed leerproces doorlopen. Om hun concurrentie af te troeven, smeren ze de gebruiker stroop om de mond, ook als dat pedagogisch minder goed werkt. Daar moeten we echt voor waken. Hun strategie is antropomorfe uitbuiting.”
Bent u stiekem voor een verbod op het gebruik van AI op school?
“Idealiter? Ja. In ieder geval voor de ChatGPT’s en tot we meer weten over de gevolgen voor het leerproces. Maar dat is niet realistisch.
“Gelukkig werkt de Nederlandse overheid aan een proefmodel, een moreel verantwoord taalmodel voor het onderwijs. Ik hoop dat we daarmee een discussie kunnen voeren die we ook bij de rekenmachine hebben gehad: wanneer en bij welke taken is de inzet van AI verstandig, en hoe begeleiden we dat? En, zoals ik in m’n essay bespreek: kan AI leerprocessen ondersteunen zonder alle leerstroefheden glad te strijken?”
U bent tamelijk somber over AI voor de klas. Nu hebt u twee jonge kinderen. Wat betekent dit voor Anco-de-vader?
“Ik hoop dat de oudste tijdens de eerste jaren van de basisschool zoveel mogelijk met de hand doet en leert. Met papieren boeken en potloden, lekker knutselen en schrijven.
“Als ze wat ouder is, zal ik haar de computer natuurlijk niet verbieden, maar ik wil er wel naast zitten, zeker als ze gaat zitten chatten met een taalmodel als ChatGPT. Ik heb zelf AI gestudeerd, dus kan ik het haar uitleggen.
“Want zelfs ik, met mijn kennis en ervaring, trap soms in de mensigheid van een taalmodel. Een kind van zeven, acht, mag je daar niet langdurig en zonder begeleiding aan blootstellen, dat is echt te riskant.“
Dat zijn best angstaanjagende woorden.
“Die modellen zuigen je een tunnel in, hoe langer je ermee chat, des te beter speelt het model in op jouw woorden, taalgebruik en overtuigingen. Daardoor word je Narcissus, de mythologische jongen die voor straf verliefd wordt op zijn spiegelbeeld in het water.
“Uiteindelijk praat je dan vooral met een behaagzieke versie van jezelf, en dat pakt soms dramatisch slecht uit, zeker bij tieners die toch al aan zichzelf twijfelen.
“Het is heel ongezond als ze zich uit hun vriendengroep terugtrekken en alleen het taalmodel om advies vragen als ze zich twee weken of langer kut voelen. Eenzaamheid, twijfel en neerslachtigheid zijn dingen die je met andere mensen moet bespreken.”